Fytotherapie
Binnen de natuurgeneeskunde is de fytotherapie een belangrijke pijler, ik zet fytotherapie in omdat ik fytotherapie eigenlijk als onderdeel zie van voeding, goede voeding leeft en bevat bioactieve plantenbestanddelen. De fytotherapie die ik gebruik gaat over het gericht inzetten van geneeskrachtige planten, omdat mijn achtergrond ligt in de wetenschap baseer ik me bij het inzetten van fytotherapie zo veel mogelijk op wetenschappelijke artikelen.
Veel van de medicijnen die we vandaag de dag gebruiken zijn afgeleid (van inhoudsstoffen) van kruiden. De meest bekende medicamenten zoals metformine, statines, SSRI’s (serotonineheropnameremmers) en aspirine zijn direct afgeleid van of hebben natuurlijke tegenhangers in kruiden – respectievelijk geitenkruid (Galega officinalis), rode gist rijst, en wilgenbast. En hoewel SSRI’s synthetisch ontwikkeld zijn, laten kruiden als sint-janskruid zien dat ook natuurlijke stoffen de serotoninehuishouding kunnen beïnvloeden via vergelijkbare mechanismen. Sommige kruiden zijn inmiddels zo uitgebreid onderzocht dat hun werking algemeen erkend wordt. Denk hierbij aan berberine, sint-janskruid, kurkuma, koffie en siberische ginseng (ashwaganda). Dit zijn slechts een paar voorbeelden van kruiden die het uitgangspunt vormden voor de ontwikkeling van veel gebruikte medicatie. De fytotherapie die ik gebruik gaat over het gericht inzetten van geneeskrachtige planten en omdat mijn achtergrond ligt in de wetenschap baseer ik me bij het inzetten van fytotherapie zo veel mogelijk op wetenschappelijke artikelen.
Waarom ik graag met kruiden werk is allereerst omdat ze natuurlijk zijn, alles waar ons lichaam mee in aanraking komt is informatie en natuurlijk informatie is gelaagder en wordt over het algemeen beter begrepen door het lichaam. De farmaceutische industrie zoekt vaak naar precisie medicatie; die zicht richt op bijvoorbeeld een eiwit of een enzym die betrokken is bij een proces die op die manier gemoduleerd kan worden. De natuur leert echter dat processen zelden zo lineair werken. Want dat ene eiwit dat ontstekingen kan bevorderen is ook betrokken in een heel netwerk van andere processen in de cel en kan bepalen hoe cellen op elkaar reageren en is dus uiteindelijk cruciaal voor het functioneren van bijvoorbeeld een orgaan of in de afweer. Waar het gaat over de fytotherapie zijn veel kruiden wel bekend vanuit de bioactiviteit van een van de inhoudsstoffen. Toch gaat het bij de fytotherapie en de werkzaamheid van een kruid met name om een netwerk van bioactieve verbindingen die gezamenlijk tot een effect leiden. Dit fenomeen — ook wel plantaardige synergie genoemd — vormt de basis van eeuwenoud gebruik én moderne innovaties. Een bekend voorbeeld hiervan is geitenkruid (Galega officinalis). In de middeleeuwen werd het ingezet bij diabetesachtige klachten. Pas in de twintigste eeuw werd duidelijk dat bepaalde stoffen uit dit kruid, namelijk guanidineverbindingen, een duidelijke bloedglucoseverlagende werking hadden. De farmacologische doorontwikkeling leidde uiteindelijk tot metformine — nu wereldwijd de meest gebruikte medicatie bij type 2-diabetes. Dit is een effectief middel dat niet alleen voor type 2-diabetes wordt ingezet maar in dit proces van plant tot pil is wel voorbij gegaan aan de natuurlijke context; dus het complexe geheel van stoffen die invloed hebben op de opname en de werking. In Zwitserland wordt een kruidencomplex die zijn oorsprong vindt in de Tibetaanse geneeskunde algemeen erkent en vergoed door de zwitserse zorgverzekering. Dit complex bestaat uit kruiden die synergistisch werken waarbij enkele kruiden in dit complex ervoor zorgen dat de inhoudsstoffen van de andere kruiden optimaal en op het juiste moment zijn werking kunnen uitoefenen. Wetenschappelijk onderzoek maakt dat we steeds beter gaan begrijpen hoe kruiden kunnen worden ingezet. Vanuit het systeemdenken (systems biology) gaan we geneesmiddelen niet meer benaderen vanuit de werking van geïsoleerde stoffen, maar kunnen we ook leren van de complexiteit van natuurlijke middelen.
Planten zijn constant in interactie met hun omgeving, van enkele kruiden die essentiële oliën bevatten is bekend dat de samenstelling en aanmaak van deze oliën afhankelijk is van de omgeving waarin de plant groeit. De aanmaak en samenstelling van essentiële oliën in rozemarijn (Rosmarinus officinalis) wordt in hoge mate bepaald door de omgeving waarin de plant groeit. Klimaat, zonlicht, hoogte, droogte en samenstelling van de grond beïnvloeden de biosynthese van bioactieve stoffen zoals terpenoïden. Rozemarijn bevat van nature een breed scala aan gezondheidsbevorderende componenten, waaronder antioxidanten en ontstekingsremmende stoffen en een groot deel van deze eigenschappen kan worden toegeschreven aan de vluchtige terpenoiden.
Een goed voorbeeld van hoe de omgeving de samenstelling van planten bepaalt, vinden we in Acciaroli, een kustdorp in Zuid-Italië. Rozemarijn groeit hier omstandigheden met veel zonlicht, droge lucht, mineraalrijke bodems en grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. De rozemarijn die hier groeit heeft een uitgesproken geur wat er op wijst dat de rozemarijn hier een hogere concentratie essentiële olien bevat en rijker is aan terpenoiden. Uit onderzoek, zoals het TERPMED-project, is gebleken dat groeiomstandigheden zoals zonlicht en droogte-stress invloed hebben op de samenstelling van deze stoffen. Ook in de hooglanden van Sardinië groeit rozemarijn onder bijzondere omstandigheden. Opmerkelijk is dat de hooglanden van Sardinie een bekende blue zone is (een regio waar relatief veel honderjarigen wonen). Hier wordt rozemarijn bijna dagelijks gebruikt als keukenkruid. Het eigenaardige is dat de bewoners hier, ondanks de aanwezigheid van risicofactoren zoals roken of regelmatig alcoholgebruik, toch zo vitaal oud worden. Mogelijk vervult rozemarijn, naast een gezond voedingpatroon en levensstijl, hierin een beschermende rol. Want alhoewel er geen klinische studies zijn die direct deze gezondheidsvoordelen van rozemarijn laten zien, zijn er wel onderzoeken gebaseerd op cel- en diermodellen die aantonen dat extracten van rozemarijn — zowel als geheel als op basis van geïsoleerde componenten zoals carnosol, rosmanol en 1,8-cineol — een sterke invloed kunnen uitoefenen op celproliferatie (celdeling), apoptose (geprogrammeerde celdood), oxidatieve stress en tumorgroei. Rozemarijnextracten zijn daarnaast erkend als veilig voor oraal gebruik door zowel de EFSA als de FDA. Klinische studies laten daarnaast zien dat het het geheugen kan verbeteren en dat het een angstremmende en pijnstillende werking heeft. Rozemarijn is daarmee een voorbeeld van hoe de omgeving van invloed kan zijn op de biochemische samenstelling en werking — en geeft ook aan wat de potentie kan zijn van kruiden en waarom het belangrijk is dat er wetenschappelijk onderzoek wordt naar het gebruik van kruiden in relatie tot onze gezondheid.



Voeding – de kracht van voeding
De kracht van voeding wordt al duizenden jaren onderkent maar wordt ook steeds op verschillende manieren herontdekt. Alles hangt met alles samen en goede voeding gaat vooral over het vinden van de balans:
de balans tussen voeding en leefstijl
de balans en context ten opzichte van de natuur – bijvoorbeeld wat is wanneer beschikbaar; waarmee wil de natuur ons voeden per seizoen en waarom! Hoe biedt de natuur ons welke voeding aan – “whole foods” tov hyper-geraffineerde artificiële voedingsmiddelen
de balans tussen waarmee we ons willen voeden en wat we eigenlijk nodig hebben
de balans tussen wat we opnemen en hoe het door het lichaam wordt omgezet en opgenomen!
Veel problemen hebben te maken met macronutriënten (koolhydraten, vetten en eiwitten) imbalansen – dus te veel van het een en te weinig van het andere – ons lichaam heeft allerlei korte termijn oplossingen om hiervoor te compenseren maar op de lange termijn kan dit voor problemen gaan zorgen.
Daarnaast kan er ook sprake zijn van micronutrient imbalansen – waardoor er systematisch tekorten worden opgebouwd, dit is vaak aan de orde bij mensen die een lange tijd een bepaald dieet volgen (vegetarisch of veganistisch), mensen die medicatie gebruiken, mensen die lange tijd onder stress staan, duursporters en ouderen. Dus als er onvoldoende aandacht is voor specifieke behoeften.
De kracht van voeding vanuit natuurgeneeskundig perspectief:
Vanuit natuurgeneeskundig perspectief wordt er vooral gewerkt naar het in kaart brengen van bovenstaande balansen en het herstellen ervan waarbij we kijken naar de best passende oplossing waarbij ik me het liefst focus op de lange termijn.
Mijn visie hierop is dat alles wat artificieel is uiteindelijk zorgt voor de verstoring van deze balans. Onder artificieel versta ik vrijwel alle voeding waaraan voedingsstoffen zijn toegevoegd of verwijderd.
Want alhoewel ik wel met voedingssupplementen werk ben ik geen voorstander van enkelzijdige supplementatie. Mondiaal wordt er veel voedingsonderzoek gedaan op het gebied van individuele componenten/supplementen en diëten. Soms worden middelen aangeprezen alsof ze voor vrijwel alles kunnen worden ingezet. Ook worden bepaalde dieten of supplementen aangeprezen met allerlei beloftes en claims. Maar als je deze onderzoeken onder de loep neemt, is te zien dat waar sommige mensen baat kunnen hebben bij supplementen (meestal alleen op de korte termijn) of bepaalde voedingsmiddelen, dit voor anderen soms helemaal niet geldt. Vaak laat onderzoek naar individuele componenten zoals bepaalde antioxidanten zoals betacaroteen zelfs op lange termijn geen consistente resultaten zien. Terwijl grote systematische vergelijkende bevolkingsonderzoeken laten zien dat een dieet rijk aan voeding met deze componenten wel degelijk gezondheids bevorderend is. Naar mijn idee is dit omdat veel supplementen voorbij gaan aan de complexiteit van de opname en omzetting van deze componenten (door zowel onze eigen spijsverteringsorganen als door het darmmicrobioom).
Daarom richt ik me met name op voeding als fundament waarbij “whole foods” oftewel volwaardige voeding onmisbaar is. Dit omdat volwaardige voeding het lichaam de juiste context biedt:
De spijsvertering begint bij het zien, ruiken en denken aan voeding en gaat verder in de mond (in speeksel zit het eerste repertoire aan verteringsenzymen).
Volwaardige voeding biedt context over hoe voeding verder opgenomen en omgezet moet worden. Bepaalde vitaminen, zoals de ADEK-vitaminen, zijn bijvoorbeeld vetoplosbaar en worden dus het beste in deze context opgenomen. Wel raad ik in sommige gevallen bepaalde vitaminen of mineralen in supplementvorm aan — bijvoorbeeld wanneer er tekorten zijn, bij verhoogde behoefte, of ter ondersteuning van herstel. Vanuit natuurgeneeskundig perspectief werk ik daarnaast met kruiden (fytotherapie), die gericht ingezet kunnen worden om bepaalde processen te stimuleren, te ondersteunen of te reguleren, zoals de spijsvertering, leverfunctie of weerstand. Zo wordt voeding, suppletie en fytotherapie afgestemd op de persoon en zijn of haar unieke behoeften bij het proces van herstel.
Een voorbeeld hiervan is het effect van voeding op de vethuishouding en de verhouding HDL/LDL/triglyceriden – goed en slecht cholesterol. Waarbij wordt aangegeven dat bepaalde voeding zoals verzadigde vetten, direct zou zorgen voor een te hoog cholesterol. Maar de vethouding is complexer dan dat, want gaat gaat ook over de samenstelling van je maaltijd; dus niet alleen de hoeveelheid vet maar ook of je er bijvoorbeeld vezels bij eet maar daarnaast ook over de opname en omzetting. Deze worden bepaald door het moment waarop je vet eet, of je er direct na gaat bewegen en de samenstelling van je microbioom etc. Daarnaast is onze vethuishouding ook voor een deel genetisch bepaald. Tijdens mijn postdoctoraal onderzoek heb ik onderzocht hoe verschillende genetische achtergronden (ApoE2, E3 en E4) de vethuishouding op cellulair niveau beïnvloeden vanuit de context van de ziekte van Alzheimer en de vorming van amyloid beta. Want mensen met een ApoE2 achtergrond bijvoorbeeld blijken beschermd te zijn terwijl mensen met een ApoE4 achtergrond juist een verhoogd risico lopen op de ziekte van Alzheimer. Deze achtergrond bepaald voor een deel de celstofwisseling waarbij vetten ook een belangrijke rol spelen. De vetsamenstelling wordt ook in de cel strikt gereguleerd en is bepalend voor het transport van eiwitten en enzymen waaronder de eiwitten en enzymen die een rol spelen bij de productie van ameloid beta plaques. De ophoping van deze plaques in bepaalde hersengebieden bij mensen met de ziekte van Alzheimer is kenmerkend voor de ziekte.
Maar dit voorbeeld laat ook zien waarom dezelfde voeding niet voor iedereen goed werkt, en waarom sommige mensen wel klachten ontwikkelen terwijl anderen dat niet doen.
Daarom is het cruciaal om voeding altijd in samenhang andere factoren zoals leefstijl te bekijken. Want waar het gaat over voeding hebben beweging, slaap, stress en andere leefstijlfactoren zoals roken of medicatiegebruik een grote invloed op de spijsvertering maar ook het microbioom. Zo kunnen mensen die veel sporten doorgaans beter omgaan met een dieet dat rijk is aan verzadigde vetten. Het microbioom speelt hierin een cruciale rol: het kan een aanzienlijke invloed uitoefenen op de postprandiale lipidemie – oftewel de vetconcentratie in het bloed ná een maaltijd.
Dit benadrukt dat voeding nooit los gezien kan worden van de hele context: een combinatie van factoren zoals leeftijd, geslacht, nationaliteit, genetische achtergrond, sociale context, leefstijl, voedingsgewoonten en het microbioom. Vanuit natuurgeneeskundig perspectief is het uitgangspunt daarom voeding af te stemmen op jouw unieke behoeften, zodat je je lichaam geeft wat het nodig heeft. Voeding is een belangrijker pijler en bepaler van je gezondheid, met name op de lange termijn.
Leefstijl & lichaamsgericht werk
Leefstijl is een belangrijke pijler binnen de natuurgeneeskunde. Want je lichaam een lange periode niet geven wat het nodig heeft of juist overvragen gaat uiteindelijk om aandacht vragen. Daar kan je omheen leven, maar dit is dan wel een bewuste of onbewuste keuze. En hoe vaker je een bepaalde keuze maakt hoe meer zich een patroon gaat vormen. Leefstijl gerichte doelen/adviezen zijn vaak het meest direct merkbaar en geven ook vaak een direct resultaat. Hierbij gaan we op zoek naar jouw balans, om in jouw groene zone te komen. Afhankelijk van waar jij nu staat kunnen we met kleine stapjes beginnen en kijken we waar voor jou winst te behalen valt. Deze eerste fase zou je eigenlijk kunnen zien als een vrije oefening, een experiment om te zien hoe dit voelt. In het tweede consult gaan we dan kijken of de versnelling een tandje hoger of een tandje lager kan.
Wij zijn de ervaring van de klacht niet de medische uitleg ervan, daarmee is een klacht meer dan alleen een klacht het is iets wat ons bewust en onbewust bezig houdt en wat invloed heeft op hoe we het leven ervaren en hoe we aanwezig kunnen zijn en wat we aankunnen en daarmee enorm bepalend. Vaak is het lastig onder woorden te brengen wat we voelen en hoe we ons voelen maar dat maakt het niet minder echt want het is er en het doet iets met ons! Rationeel proberen we meestal de dingen te verklaren op een manier die ons goed uitkomt, maar ons lichaam reageert eerst, vanuit het onderbewuste.
In onze sessies combineren we leefstijl en lichaamsgericht werken. Waar leefstijl vooral inspeelt op gedrag en keuzes, richt lichaamsgerichte therapie zich op wat het lichaam zelf vertelt. Spierspanning en houding geven vaak signalen van stress, overbelasting of een disbalans die je zelf misschien nog niet bewust ervaart.
Met technieken houdingsobservatie en mobilisaties werken we aan bewustwording van deze signalen en hoe jouw lichaam zich aanpast aan stress, beweging of eenzijdige belasting. Soms zijn kleine houdingscorrecties of spierontspanning al voldoende om klachten te verminderen. Ook kan het zinvol zijn om lichaamsgerichte oefeningen of ontspanningstechnieken toe te passen die je makkelijk thuis kunt doen.
Coaching en begeleiding
Klachten zijn vaak complex en het kost tijd om te doorgronden waar klachten vandaan komen. Daarom gaan we deze eerst onderzoeken, dit gebeurd op basis van een anamnese waarin de klachten worden uitgevraagd. Hiermee stel ik een advies op welke berust op een gecombineerde aanpak op het gebied van voeding, fytotherapie, mycotherapie en leefstijl. Dit advies dient om een richting in te zetten die voor jou werkt en bij jou past.
Om je op het spoort te brengen waar jij op wilt zitten. Vaak kost het even tijd om inzicht te krijgen in klachten, daarom bied ik ook alleen trajecten aan van 2 tot 4 maanden. In dit traject vind ik vooral jouw reflectie belangrijk. Want het is goed om ook te onderzoeken waar mogelijke valkuilen liggen en waar deze vandaan komen, maar ook welke kracht hierin schuilt. Hierin vraag ik ook actieve houding.
En wat hier echt belangrijk is is dat de dingen die je het liefst wilt vermijden of waar je tegenop kijkt, je in de regel vaak het meest opleveren. In deze 2-4 maanden gaat het eigenlijk over veel meer dan alleen je gezondheid maar vooral om vanuit verbinding autonomie en gerichte keuzes te maken die passen en goed voelen om zo een andere richting in te zetten.

