Wat is natuurgeneeskunde?

Natuurgeneeskunde is een integratieve geneeswijze waar een combinatie van verschillende interventies de basis vormt van het behandelplan.
Het behandelplan wordt opgesteld na een uitgebreide anamnese waarbij zowel lichamelijke als emotionele aspecten meegenomen worden.


Het uitgangspunt hierbij is dat er niet alleen gekeken wordt naar de klacht waarmee iemand zich presenteert, maar naar de mens in zijn geheel. Het doel is om zoveel mogelijk te komen tot zelfherstel, waarbij het lichaam wordt ondersteund in wat het eigenlijk zelf al probeert op te lossen.

Zoals Hippocrates duizenden jaren geleden aangaf:
“Foolish is the doctor who does not consider that the body heals itself.”

Want een behandeling slaat sneller aan en heeft meer kans van slagen als deze in lijn is met het zelfherstellend vermogen.


Daarbij wordt ook gekeken naar hoe een klacht zich heeft kunnen ontwikkelen en welke andere klachten zich over de tijd hebben voorgedaan. Zo kan er een behandeling op maat gemaakt worden die werkelijk aansluit bij wie iemand is en waar hij of zij op dat moment staat. Het gaat erom het lichaam te helpen zichzelf weer in balans te brengen — niet om simpelweg het symptoom weg te nemen.

De complementaire aanpak bij chronische klachten

Bij chronische klachten en aandoeningen — zoals darmproblemen (bijvoorbeeld prikkelbare darm syndroom of de ziekte van Crohn), auto-immuunaandoeningen zoals reumatoïde artritis, of ontstekingsklachten zoals eczeem — is er steeds meer belangstelling voor complementaire behandelmethoden.

Onder complementaire interventies vallen onder andere:

  • voedingsaanpassingen
  • leefstijlinterventies
  • voedingssupplementen
  • fytotherapie

Deze interventies grijpen vaak niet in op één enkel mechanisme, maar ondersteunen meerdere processen tegelijk. Juist daarom sluiten ze goed aan bij complexe, chronische aandoeningen.

Top-down versus bottom-up: hoe onderzoek wordt gedaan

Elke behandelmethode kent voor- en nadelen. Om goed te begrijpen waarom complementaire behandelmethoden soms minder stevig vertegenwoordigd zijn in behandelrichtlijnen, is het belangrijk kort stil te staan bij hoe klinisch onderzoek doorgaans wordt opgezet.

Veel klinisch onderzoek is gericht op het vaststellen van het effect van één enkele interventie, waarbij andere factoren zo veel mogelijk worden uitgesloten. Om betrouwbare uitkomsten te krijgen is het belangrijk dat:

  • er voldoende deelnemers zijn
  • er sprake is van randomisatie (vergelijkbare groepen qua leeftijd, geslacht, ziekteduur en medicatiegebruik)
  • er één duidelijk protocol wordt gevolgd
  • de uitvoering en monitoring aan bepaalde eisen voldoen

Daarnaast mogen deelnemers vaak geen andere veranderingen doorvoeren, zoals extra bewegen, supplementen gebruiken of grote voedingsaanpassingen maken, omdat dit de resultaten kan beïnvloeden.

Om die reden richt onderzoek naar complementaire therapieën zich vaak op één interventie tegelijk, bijvoorbeeld:

  • het effect van een vegetarisch dieet bij reumatoïde artritis
  • het effect van vitamine D-suppletie op de ziekteactiviteit

In de praktijk blijkt dit type onderzoek bij complementaire interventies lastig. Er zijn grote interindividuele verschillen, waardoor het moeilijk is om één protocol aan te houden die iedereen past.

Wetenschappelijk onderzoek kent beperkingen waar het gaat over complementaire zorg

Wanneer onderzoek naar complementaire interventies geen overtuigend bewijs oplevert, betekent dit niet automatisch dat de interventie niet werkt. Het kan ook te maken hebben met methodologische beperkingen, zoals:

  • te kleine onderzoeksgroepen
  • een te korte looptijd
  • onvoldoende monitoring
  • beperkte therapietrouw van deelnemers

Daar komt bij dat grootschalig klinisch onderzoek zeer kostbaar is. Hoe beter de studie is opgezet, hoe hoger de kosten. Het zijn daarom vaak grote bedrijven en de farmaceutische industrie die over de middelen en infrastructuur beschikken om dergelijke studies uit te voeren en een duidelijke incentive/motivatie hebben voor het uitvoeren van een onderzoek of het testen van een nieuw middel.

Studies waarin meerdere interventies tegelijk worden onderzocht — bijvoorbeeld voeding én leefstijl én supplementen — zijn nog complexer en duurder. Juist dit soort gecombineerde interventies sluiten echter vaak beter aan bij hoe mensen in het echte leven veranderingen doorvoeren.

Wat dit betekent voor de praktijk

Door de manier waarop onderzoek is ingericht, wordt meestal slechts één interventie onderzocht, terwijl gecombineerde interventies in de praktijk vaak logischer en effectiever zijn. Wanneer leefstijl bijvoorbeeld bijdraagt aan het in stand houden van een aandoening, zal een voedingsinterventie vaak pas echt aanslaan nadat de leefstijl is aangepast (1 + 1 = 6).

Deze manier van onderzoek doen heeft er echter wel toe geleid dat er binnen behandelrichtlijnen een zekere bias is ontstaan: niet per se richting de beste methode, maar richting de best onderzochte methode.

Gelukkig wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar complementaire behandelmethoden. Op sommige gebieden zijn deze inmiddels breed erkend. Indrukwekkende voorbeelden zijn onder andere:

  • studies naar het Wahls- en Swank-dieet bij multiple sclerose, waarbij bij sommige patiënten volledige remissie werd gezien
  • onderzoek naar vasten gevolgd door een vegetarisch dieet bij reumatoïde artritis, met verbeteringen in vermoeidheid, kwaliteit van leven en ziekteactiviteit, en in sommige gevallen minder medicatiegebruik

Dit onderstreept hoe belangrijk verder onderzoek is: niet alleen om te bepalen of iets werkt, maar vooral wanneer, voor wie en in welke combinatie.

De natuurgeneeskunde gaat over complementaire zorg – afgestemd dagelijkse realiteit en daarmee haalbaar en duurzaam

Wetenschappers hebben vaak de neiging om alles eerst tot in detail te ontleden om dan tot de conclusie te komen dat de natuur ondoorgrondelijk is, ontzettend complex en oneindig ingenieus. Vooral in de gelaagdheid en de manier waarop we ons constant verbinden en afstemmen op onze omgeving.

Daarom geloof ik ook niet in een quick fix als het gaat over onze gezondheid, vooral op de lange termijn. Vaak en helaas is iets wat direct en goed werkt een lapmiddel omdat het symptomen van de klacht behandeld en niet de klacht zelf en vaak bijwerkingen heeft. Vanuit de natuurgeneeskunde zien we een ziekteproces als een keten van schakels die gevormd wordt door allerlei factoren. Aan sommige van de factoren kunnen we helemaal niets doen maar gelukkig aan veel andere wel.

Eigenlijk kan je je eigen bijdrage aan je gezondheid zien als het bijsturen van een olietanker op zee, elke kleine beweging die je maakt zorgt ervoor dat je uiteindelijk op een andere bestemming terecht komt. Maar het duurt soms wel even voordat je ziet waar je naar toe gaat. En soms blijkt de olietanker ook ineens heel snel bij te sturen te zijn. Vaak is het echter wel zo dat hoe langer de klacht bestaat, hoe groter de olietanker is en hoe meer tijd het dus kost voor er resultaten geboekt worden.

Maar ik ben er van overtuigd dat de aanhouder wint omdat er zoiets is als het compounding effect.
Dit effect, bekend uit zowel financiële wereld en persoonlijke ontwikkeling, laat zien dat kleine, consistente inspanningen op termijn een buitenproportioneel groot resultaat opleveren, doordat effecten zich opstapelen.

Uitgangspunten van de natuurgeneeskunde

Binnen de natuurgeneeskunde zijn er een aantal uitgangspunten die de basis vormen van hoe er naar gezondheid en ziekte gekeken wordt, en hoe een behandeling wordt opgebouwd — ook wel bekend als de ‘six maxims’.

Gezondheidsbevordering & preventie (Praevenire)

Voorkomen is beter dan genezen, een klacht ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag, maar bouwt zich vaak jarenlang op. Daarom is er veel aandacht voor het ondersteunen van wat er al goed gaat en het ondersteunen van een gezonde leefstijl.

Zelfherstel (Vis medicatrix naturae)

Het lichaam beschikt over een zelfhelend vermogen. Een natuurgeneeskundige behandeling is niet gericht op symptoom onderdrukken, de interventies die worden ingezet richten zich met name op de ondersteuning van het zelf herstellend vermogen van het lichaam.

Achterhalen en behandelen van de oorzaak (Tolle causam)

Niet het symptoom staat centraal, maar de vraag: waar komt deze vandaan? Waarom lukt het het lichaam niet om dit zelf op te lossen? Door op zoek te gaan naar de oorzaak kan er vaak op een veel dieper niveau iets veranderen.

Behandeling van de gehele mens (Tolle totum)

De natuurgeneeskunde kijkt niet alleen naar de fysieke uiting van klachten, maar naar de mens als geheel. Fysieke klachten hangen vaak nauw samen met emoties, gedachten, leefstijl en hoe je in het leven staat. Door daar allemaal aandacht voor te hebben kan een behandeling persoonlijk en effectief worden.

Eerst niet schaden (Primum non nocere)

Er wordt altijd gezocht naar de laagste prikkel die nodig is om het lichaam zelf weer in beweging te zetten richting herstel. Zo wordt het lichaam niet onnodig belast. Of zoals het mooi wordt gezegd: “gij zult niet schaden.”

De therapeut als leraar (Docere)

Omdat gezondheid een proces is waarin iemand zelf een groot aandeel heeft, is eigenaarschap en autonomie essentieel. Vaak heeft iemand bewust of onbewust al een goed beeld van wat er speelt en het helpt enorm als iemand zich bewust is van zijn of haar eigen aandeel in het herstelproces. Uitleg en begeleiding zijn daarbij minstens zo belangrijk als de interventie zelf. Zo kan iemand leren hoe hij of zij ook zelf kan bijdragen aan herstel en het behoud van gezondheid.