Voeding en chronische niet overdraagbare aandoeningen
“Voeding met veel verzadigde vetten en weinig vezels verstoort de immuunbalans en verhoogt het risico op chronische niet overdraagbare aandoeningen.” [1]
Voeding en chronische laaggradige ontstekingen
“Onderzoek laat zien dat voedingscomponenten immuunresponsen kunnen beinvloeden tot op het niveau van celreceptoren (via bijv. G-coupled protein receptoren en toll-like receptoren) en op deze manier chronische ontstekingen kunnen bevorderen of juist afremmen.” [1]
Voeding en inflammaging
“Voeding is bepalend voor de manier waarop verouderen en de snelheid waarmee we verouderen.
De samenstelling van onze voeding en dan met name de samenstelling van de macronutrienten, de hoeveelheid calorieën en de momenten waarop we eten en vasten zijn hiervoor bepalend.” [2]
Voeding en het microbioom
“Voeding en het microbioom zijn essentieel en bepalend voor een goed functionerend immuun systeem. Voeding bepaald voor een deel de samenstelling van het microbioom. Het microbioom beinvloedt de immuniteit en ontstekingsreacties.”[3]
Medicatie gebruik en leefstijl en vitamine tekorten
“Medicatie zoals de pil, maagzuurremmers en pijnstillers kunnen leiden tot vitamine tekorten, veranderde opname van voedingsstoffen en een verstoring van de samenstelling van het darmmicrobioom, met mogelijke klachten als gevolg.
Vitamine tekorten komen vaker voor bij stress, langdurige diëten. medicijngebruik of een bepaalde leefstijl” [4]
De kracht van voeding
De kracht van voeding wordt al duizenden jaren onderkent maar wordt ook steeds op verschillende manieren herontdekt. Alles hangt met alles samen en goede voeding gaat vooral over het vinden van de juiste balans:
– De balans tussen voeding en leefstijl
– de balans en context ten opzichte van wat natuurlijk is – bijvoorbeeld wat is wanneer beschikbaar; waarmee wil de natuur ons voeden per seizoen en waarom! Hoe biedt de natuur ons welke voeding aan – “whole foods” tov hyper-geraffineerde artificiële voedingsmiddelen.
– De balans tussen waarmee we ons willen voeden en wat we eigenlijk nodig hebben.
– En de balans tussen wat we opnemen en hoe het door het lichaam wordt omgezet en opgenomen.
Veel problemen hebben te maken met macronutriënt (koolhydraten, vetten en eiwitten) imbalansen – dus te veel van het een en te weinig van het andere – ons lichaam heeft allerlei korte termijn oplossingen om hiervoor te compenseren maar op de lange termijn kan dit voor problemen gaan zorgen.
Daarnaast kan er ook sprake zijn van micronutrient imbalansen – waardoor er systematisch tekorten worden opgebouwd, dit is vaak aan de orde bij mensen die een lange tijd een bepaald dieet volgen (vegetarisch of veganistisch), mensen die medicatie gebruiken, mensen die lange tijd onder stress staan, duursporters en ouderen. Dus als er onvoldoende aandacht is voor specifieke behoeften.
De kracht van voeding vanuit natuurgeneeskundig perspectief:
Vanuit natuurgeneeskundig perspectief wordt er vooral gewerkt naar het in kaart brengen van bovenstaande balansen en het herstellen ervan waarbij we kijken naar de best passende oplossing waarbij ik me het liefst focus op de lange termijn.
Mijn visie hierop is dat alles wat artificieel is uiteindelijk zorgt voor de verstoring van deze balans. Onder artificieel versta ik vrijwel alle voeding waaraan voedingsstoffen zijn toegevoegd of verwijderd.
En alhoewel ik wel met voedingssupplementen werk ben ik geen voorstander van enkelzijdige supplementatie. Mondiaal wordt er veel voedingsonderzoek gedaan op het gebied van individuele componenten/supplementen en diëten. Soms worden middelen aangeprezen alsof ze voor vrijwel alles kunnen worden ingezet. Ook worden bepaalde dieten of supplementen aangeprezen met allerlei beloftes en claims. Maar als je deze onderzoeken onder de loep neemt, is te zien dat waar sommige mensen baat kunnen hebben bij supplementen (meestal alleen op de korte termijn) of bepaalde voedingsmiddelen, dit voor anderen soms helemaal niet geldt. Vaak laat onderzoek naar individuele componenten zoals bepaalde antioxidanten zoals betacaroteen zelfs op lange termijn geen consistente resultaten zien. Terwijl grote systematische vergelijkende bevolkingsonderzoeken laten zien dat een dieet rijk aan voeding met deze componenten wel degelijk gezondheids bevorderend is. Naar mijn idee is dit omdat veel supplementen voorbij gaan aan de complexiteit van de opname en omzetting van deze componenten (door zowel onze eigen spijsverteringsorganen als door het darmmicrobioom).
Daarom richt ik me met name op voeding als fundament waarbij “whole foods” oftewel volwaardige voeding onmisbaar is. Dit omdat volwaardige voeding het lichaam de juiste context biedt:
De spijsvertering begint bij het zien, ruiken en denken aan voeding en gaat verder in de mond (in speeksel zit het eerste repertoire aan verteringsenzymen).
Volwaardige voeding biedt context over hoe voeding verder opgenomen en omgezet moet worden. Bepaalde vitaminen, zoals de ADEK-vitaminen, zijn bijvoorbeeld vetoplosbaar en worden dus het beste in deze context opgenomen. Wel raad ik in sommige gevallen bepaalde vitaminen of mineralen in supplementvorm aan — bijvoorbeeld wanneer er tekorten zijn, bij verhoogde behoefte, of ter ondersteuning van herstel. Vanuit natuurgeneeskundig perspectief werk ik daarnaast met kruiden (fytotherapie), die gericht ingezet kunnen worden om bepaalde processen te stimuleren, te ondersteunen of te reguleren, zoals de spijsvertering, leverfunctie of weerstand. Zo wordt voeding, suppletie en fytotherapie afgestemd op de persoon en zijn of haar unieke behoeften bij het proces van herstel.
Zoals ik hierboven aangaf gaat goede voeding heel erg over het vinden van de juiste balansen. En voeding is heel context gevoelig, Een voorbeeld hiervan is het effect van voeding op de vethuishouding en de verhouding HDL/LDL/triglyceriden – goed en slecht cholesterol. Waarbij wordt aangegeven dat bepaalde voeding zoals verzadigde vetten, direct zou zorgen voor een te hoog cholesterol. Maar de vethouding is complexer dan dat, want gaat gaat ook over de samenstelling van je maaltijd; dus niet alleen de hoeveelheid vet maar ook of je er bijvoorbeeld vezels bij eet maar daarnaast ook over de opname en omzetting. Deze worden bepaald door het moment waarop je vet eet, of je er direct na gaat bewegen en de samenstelling van je microbioom etc. Daarnaast is onze vethuishouding ook voor een deel genetisch bepaald. Tijdens mijn postdoctoraal onderzoek heb ik onderzocht hoe verschillende genetische achtergronden (ApoE2, E3 en E4) de vethuishouding op cellulair niveau beïnvloeden vanuit de context van de ziekte van Alzheimer en de vorming van amyloid beta. Want mensen met een ApoE2/E2 achtergrond bijvoorbeeld blijken beschermd te zijn terwijl mensen met een ApoE4/E4 achtergrond juist een verhoogd risico lopen op de ziekte van Alzheimer. Deze achtergrond bepaald voor een deel de celstofwisseling waarbij vetten ook een belangrijke rol spelen. De vetsamenstelling wordt ook in de cel strikt gereguleerd en is bepalend voor het transport van eiwitten en enzymen waaronder de eiwitten en enzymen die een rol spelen bij de productie van ameloid beta plaques. De ophoping van deze plaques in bepaalde hersengebieden bij mensen met de ziekte van Alzheimer is kenmerkend voor de ziekte. En om het helemaal complex te maken; wetenschappelijk onderzoek laat ook zien dat diezelfde genetische achtergrond ook van invloed is op je microbioom en je microbioom is weer van invloed op je metabolisme en de opname en omzetting van voedingsstoffen.
Ook laat dit voorbeeld zien waarom dezelfde voeding niet voor iedereen goed werkt, en waarom sommige mensen wel klachten ontwikkelen terwijl anderen dat niet doen.
Daarom is het van belang om voeding altijd in samenhang andere factoren zoals leefstijl te bekijken. Want waar het gaat over voeding hebben beweging, slaap, stress en andere leefstijlfactoren zoals roken of medicatiegebruik een grote invloed op de spijsvertering maar ook het microbioom. Zo kunnen mensen die veel sporten doorgaans beter omgaan met een dieet dat rijk is aan verzadigde vetten. Het microbioom speelt hierin een cruciale rol: het kan een aanzienlijke invloed uitoefenen op de postprandiale lipidemie – oftewel de vetconcentratie in het bloed ná een maaltijd.
Dit benadrukt dat voeding nooit los gezien kan worden van de hele context: een combinatie van factoren zoals leeftijd, geslacht, nationaliteit, genetische achtergrond, sociale context, leefstijl, voedingsgewoonten en het microbioom. Vanuit natuurgeneeskundig perspectief is het uitgangspunt daarom voeding af te stemmen op jouw unieke behoeften, zodat je je lichaam geeft wat het nodig heeft. Voeding is een belangrijker pijler en bepaler van je gezondheid, met name op de lange termijn.



Referenties:
- van Daal MT et al. Pharmacol Rev 73, 1369–1403 (2021)
- Calder PC et al. Ageing Res Rev 40, 95–119 (2017).
- Longo, V.D. & Anderson, R.M. (2022). Nature, 582, 39–55.
- Maier L et al., Nature. 2018.
